herinneringen 1
Ik had iets fraais gemaakt met ‘Pages’ met foto’s, opmaak,etc., maar was kennelijk te optimistisch: zo kwam het niet op de weblog. Alleen de simpele versie zonder foto’s. Jammer.
HERINERINGEN familie VEEFKIND-RENES VERHAALTJES ” KOKKI GONNAH “
Wie was kokki? Zij heette Gonnah en werkte, laat eens kijken, zeven jaar en na een verlof van een jaar nog eens twee jaar als kokkin voor mijn ouders.
Kokki, ik hield haar hand vast om haar haar naam te laten schrijven. Zij was analfabeet.
Met eindeloos geduld voerde zij mijn jongste broer Henk zijn ‘ nasi tim’ (rijst met wortels of spinazie gekookt met kippenlevertjes). Hij was een slechte eter… toen.
In de zesde klas van de lagere school kreeg ik een fiets; alvast voor als ik naar de HBS ging, die bepaald niet op loop afstand was, zoals de lagere school, de Paul Krügerschool II. Vrolijk ging ik met mijn nieuwe tweede hands fiets naar school. Na schooltijd was ik die hele fiets vergeten totdat ik thuiskwam en geheel overstuur bij kokki terechtkwam: samen renden we terug naar school en gelukkig, daar was de fiets nog en mijn ouders kwamen niets te weten.
Mijn broertje en ik gingen wel eens met haar mee naar de kampong. Jongetjes riepen ons na:†kontol, kontol!†ja dat was een vies woord en betekende piemel, dat wist ik wel. Kokki reageerde niet en bij haar thuis mochten we lekker met de handen eten: rijst met gezouten visjes en soms een sayur (groentensoep).
We gingen met verlof naar Nederland voor acht maanden. Na het verlof kregen we een huis in een voorstad van Jakarta, Kebayoran. Kokki kwam bij ons inwonen. Haar dochter was inmiddels oud genoeg om bij familie te blijven. Ze had een kamertje, een gudangkamer, oftewel opslagplaats.
In middels op de HBS kwam ik op een dag uit school en wilde kokki iets vertellen: ik deed de deur van haar kamertje open en bleef stokstijf staan: een witte gedaante stond rechtop op de balé balé. Ik schrok me wezenloos en riep: â€Kokki, kokkiâ€. Ze reageerde niet en ik rende weg. Waarschijnlijk heeft mijn vader mij uitgelegd dat kokki als Islamitische haar gebeden moest doen in witte kleding en dan niet gestoord mocht worden.
Wij konden niet blijven wonen in dit normale woonhuis vanwege, tja vanwege wat? Mijn vader was in dienst van de Indonesische regering op uitleenbasis en het huis waarin wij woonden was van een of andere Nederlandse company.
Zo verhuisden wij naar een Grafische school en kregen op de verdieping een lokaal en een soort aula ter beschikking. Het gebouw was U- vormig met één verdieping met een galerij langs de klassen.
Met zijn allen: mijn ouders, twee broertjes, kokki en ik sliepen we in één lokaal. Mijn moeder had met behulp van kasten het lokaal ingedeeld: een ouderslaaapkamer, een ruimte waar ik met mijn broers sliep en een soort van keukenruimte waar ook kokki sliep. De afscheidingen reikten niet tot het plafond en zo kon ik de flakkerende schaduwen in het licht van een oliepitje waarnemen als onze kokki braaf haar gebeden deed. Het was wel wat spookachtig.
Naderhand kregen we er een lokaal bij. Het werd omgetoverd tot keuken en toen had ook kokki daar haar privacy. Kokki en ik stonden vaak over de balustrade geleund met elkaar te kletsen.
Het was volle maan en ik stond met kokki weer te kijken over de balustrade van het U-vormig gebouw. Iets geheimzinnigs vond plaats daar beneden op de binnenplaats: een dame was daar en volgens de kokki en achteraf hoorde ik ook van mijn vader was zij bestuurslid van deze school. Er werd daar beneden wat gespit en ik kon het niet helemaal volgen: kokki wist er alles van: Een dodelijk ongeval had plaats gehad met een leerling van de Grafische School. Er was geen fatsoenlijke selametan geweest ter inwijding van de school. Wat wij zagen was de ceremonie achteraf : een kop van een karbouw werd daar begraven.
Maansverduistering. Ook weer over de balustrade met kokki nam ik dit fenomeen waar. Er was veel lawaai van gamelans en gezangen, Kokki vertelde mij dat de maan werd opgegeten door een hond en dat al het lawaai nodig was om de hond te verjagen, opdat de maan weer terug kon komen.
Aan de ander kant van het U vormig gebouw, dat overigens werd afgesloten door flats voor onderwijzend personeel was ook op de verdieping nòg een aula. De Pinkstergemeente had deze zaal gehuurd voor de zondagsdienst en vol verbazing stond ik met kokki te kijken naar de voorganger met een kaal hoofd die rijzend en dalen de dienst leidde. Er waren dan luide kreten te horen en kokki schudde haar wijze hoofd: “kemasukan setan†zei ze, oftewel: “ze zijn door de duivel bezetenâ€.
We moesten het land uit. Sukarno had alle bedrijven genaasd, oftewel genationaliseerd. Mijn vader had daar op zich niets mee te maken, maar zijn tweede baan kwam in gevaar: het lesgeven op de Concordante Nederlandse HBS. Deze aanvulling op zijn salaris was zeer noodzakelijk. De school werd opgeheven en zo waren we gedwongen te repatriëren.
Het laatste beeld van kokki is voorgoed in mijn herinnering geëtst.
Snikkend verdween zij met onze kat in haar armen in de richting van haar kampong.
Ik stuurde haar nog en kaart vanaf de boot, maar mijn ouders deden nooit meer de moeite contact met haar te houden. Zij konden niets meer voor haar doen en kokki was analfabeet…
This entry was posted on Friday, March 24th, 2006 at 2:05 and is filed under Alles en Niks. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.
