mijn huis
Waarom houd ik zo van mijn huis?
Tja, dat is moeilijk te zeggen. Maar misschien moet ik eerst beginnen met mijn onvergetelijke impressie van Hollandse huizen langs het Noordzeekanaal in 1956.
We kwamen met verlof uit Indonesia naar Nederland met de ms ‘Oranje’. We voeren van IJmuiden naar Amsterdam en ik stond aan dek te kijken naar al die piezewieterig kleine huisjes in rood baksteen langs het kanaal. Kan je daarin wonen? vroeg ik me verbijsterd af.
We kwamen terecht in een hoekhuis in Hilversum. Er was geen badkamer, ja… wel een WC natuurlijk. Geen CV, wel moeilijke kachels, maar ja, het was zomer en het zwembad (dat overigens wel naar chloor en oud brood stonk) was niet ver.
Maar in de winter (en het was helemaal niet de bedoeling dat we in Nederland zouden overwinteren) moest er een petroleum kacheltje onder de kraan in de WC, anders zou die bevriezen en hoe trek je dan een plee door? Op mijn (eindelijk eigen) kamertje stonden de ijsbloemen op het behang en verhuisde ik maar weer naar de zolder waar mijn broertjes ook sliepen. Enfin, dat zijn mijn eerste bewuste herinneringen aan een hollands huis. De rest sla ik maar even over voor een volgende keer.
De eerste keer dat ik mijn ‘Bananekatercafé zag, was met mijn moeder en samen werden we op het eerste gezicht verliefd op dit huis. Waarom? In ieder geval was het een WIT huis. Geen rode bakstenen, nee, het was wit geverfd. We konden niet zien waar de grens van de tuin was en brutaal belden wij aan (je mag eigenlijk alleen met een makelaar kijken), maar de eigenares liet ons zien tot hoe ver de tuin doorliep. En ook op de tuin werden we verliefd en mijn moeder was in haar sas toen ik uiteindelijk dit huis kocht. En het was niet al te ver van Haarlo waar mijn ouders woonden en bovendien … vlak bij was de school waar ik mijn deeltijdopleiding bibliotheek zou beginnen.
Er moest wel het e.e.a. verbouwd: de slaapkamertjes en vooral de badkamer te klein. En om alle bezittingen van mezelf en de kinderen op te kunnen bergen moest de zolder bevloerd en een fatsoenlijke trap naar de zolder gebouwd.
Begin 1991 kon ik er redelijk wonen. En toen… kwamen dat jaar of het jaar daarop? alle soosvriendjes een handje helpen en werd het eerste klusweek-end geboren. Het huis was het voornaamste, maar inmiddels waren we ook wel met de tuin bezig. De vorige eigenaars hadden overal hekjes gezet waar hun stinkende boxers niet mochten komen. Ja, sorry, hoor .. ik ben niet echt een hondenliefhebster, ook al sleepten we Brigitte van hot naar her; maar het huis stonk naar de boxers en ik was zielsgelukkig dat de handgeknoopte ‘vaste’ vloerbedekking werd meegenomen. Enfin, de hekjes er uit. En joost mag weten wat we nog meer hebben gedaan. In het voortuintje stonden heideplantjes e.d. waar ik niet zo van houd. Dus maar een postzegeltje grasveld gemaakt. Maar ja, dat was onder de bomen meer mos dan gras en dus gras eruit en er kwam een terras op weer een klusweek-end. En ik was dolgelukkig met mijn terras aan de voorkant. Geen postzegeltje gras meer maaien.
Michiel was een poosje werkeloos en in die tijd werd het hele dak op zolder beschot en met Marianne schilderde ik alles groen. En zo werd het, vond ik, een gezellige slaapplaats voor ‘de klusvrienden’.
Op een gegeven moment kon ik mijn lang gekoesterde droom waar maken: een serre en een veranda en van daar uit kan ik een groot deel van mijn tuin overzien. Een bostuin met paadjes: een tovertuin, zeker toen er ook nog een klein huisje voor Neleke kwam. Bram en Ageeth zetten het voor mij inelkaar. Arme Bram moest er helemaal in kruipen om het huisje met beugels vast te zetten.
De garagedeur werd zo gemaakt dat ik die met een druk op de knop die kan openen. Voor mij is dat nog steeds ‘toveren’. De schuur werd ‘woudgroen’ geschilderd, dan paste die qua kleur keurig bij het vogelhuis van de buren.
Ik denk dat ik het ineens weet. Er zit zoveel liefde en vriendschap in huis en tuin dat ik hier haast niet weg kan komen. Het heeft mij nu op een goede manier verankerd.
Intussen wat winters meegemaakt en kennis gemaakt met alle vogels en de eekhoorns die op het voer afkwamen.

Het waren ‘mijn’ vogels en eekhoorns. Lijsje, het beeld dat mijn vader (ook met liefde) voor ons maakte vond het best grappig als er een roodborstje op haar hoofd kwam zitten. Het kleine vijvertje in het terras werd vervangen door een grote vijver. Met Pinksteren werd deze klus niet zonder moeilijkheden geklaard. Maar wat ben ik er blij mee! Ook de vissen zijn nu mijn vriendjes. Nou ja, af en toe moeten er wat nieuwe bij, maar ook dat zijn dan weer gauw ‘mijn visjes’. De meermin, net als Lijsje, gemaakt door mijn vader, voelt zich senang op haar zomerplekje in de vijver. Els, mijn buurvrouw maakte voor mij een Trol van steen en ook met deze Trol maak ik dagelijks een praatje.

Binnenshuis werd er verder ook veel gedaan en iedere keer als ik het licht aan doe boven de eetkamertafel denk ik: dankjewel Folkert. De poppenkast, gemaakt door mijn vader werd gerenoveerd; dankjewel Annemarie en Tiemen. Tom heeft er al een voorstelling mee gegeven voor Sophietje en vriendinnetjes. Ach, het is teveel om op te noemen en eigenlijk wilde ik alleen uitleggen WAAROM IK HOUD VAN MIJN HUIS.
Nu ga ik proberen te toveren met foto’s om ze op de goede plaats in deze woordenmassa te plaatsen.
De bar, door vrienden gemaakt en wat hebben we daar een plezier van:
Onno(?) maakte een keurig hekje
Het trapje naar de tovertuin
Nouja, en wat de dieren betreft: vraag dat maar aan mijn kleindochters. Ik schreef daar verhaaltjes over en misschien maak ik daar nog wel een boekje van.
Het ging mij er om alle vrienden en familie te bedanken voor alle bijdragen aan mijn geliefd huis geleverd.
Gelukkige Moedersdag! | 10 Mei 2009
Ons hoop dat Smams/Mams/Oma ‘n baie lekker moedersdag gaan hê… Mis jou en ons hoop om jou gou weer te sien.
Met baie liefde van Andries, Cristel en Niene-Simone….
Avonturen in ZUID - AFRIKA deel 3
KAAPSTADJammer genoeg heb ik de uitzending van Adriaan van Dis in Kaapstad gemist. Vrienden vertelden mij dat Adriaan zo enthousiast was over de hoeveelheden vlees die hij te eten kreeg totdat hij de chauffeur/gids vroeg wat hÃj at: drie of vier keer per maand vlees. En dat tekent de tegenstellingen die er nog steeds zijn. Ik heb er zelf weinig van gemerkt in Kaapstad. Vergeleken bij Pretoria was het er relaxed; er leek minder angst te zijn. Maar ik was toerist en eerlijk: ik heb daar genoten. We hadden mooie kamers in een oud ‘mansion’ met balkon en uitzicht op de zee.
We logeerden niet in Kaapstad zelf.We bezochten wineries. Ik heb niet zoveel verstand van wijn, maar genoot van de gebouwen in koloniale stijl.
Er was overal gelegenheid om te lunchen buiten en dat was erg romantisch…Met Jacq en Ronald bezocht ik een bird sanctuary en lach niet: we spendeerden bijna een uur bij de squirrel monkeys! Gele aapjes die hun jongen op de rug dragen en ze zwierven vrij door de kooi met het publiek.
Verder raapten we ‘steentjes’, waren het half edelstenen?Ik weet het niet.
Je kocht een zakje en dat mocht je zo vol mogelijk maken. In de toko de echte produkten: sieraden en kunst .Jacq liep mij tegemoet op de pier in de haven van Kaapstad en zei dat er een verrassing voor me was.
Dit was al een prachtige verrassing; wat een prachtige berg! Het woei vreselijk hard, maar uiteindelijk zag ik dit tweetal dat tegelijkertijd dezelfde tekst uitsprak en ook vele buitenlands liedjes kende. Ze bleken zeep te verkopen voor een goed doel.
Toen Cristel en Andries naar het Robben eiland gingen, waar ik op mijn vorige reis al geweest was en echt niet voor een tweede keer daarheen wilde, heb ik mij best vermaakt.
Dit was eenéénmansbandje, maar op een ontzettend gezellig pleintje was een orkestje van oude mannen aan het spelen. Iets jazzigs? Heb daar lekker relaxed op een muurtje gezeten en geluisterd. Verder zag ik ook nog dat een groot cruise schip met sleepboten de haven uitgemanouvreerd werd, indrukwekkend. Er is een draaibrug, wel iets anders dan de Pontjesbrug op Curaçao.
Kaap de Goede Hoop werd niet vergeten en dat is een indrukwekkende rotspartij.
Cristel en Andries klommen nog naar de vuurtoren;
ik nam genoegen met wat lagere uitzichtpunten. Daarna zouden we Harry en family ontmoeten op het strand. We reden er heen over wat ik de enge weg noemde: kijk maar:
O, de goede foto is ineens weg, maar dit was even daarna:
We ontmoetten de getuige Harry nog op het strand met zijn vrouw en drie kinderen.
En dan maak je nog even het strandleven mee met loslopende honden en helaas, ook twee min of meer bedelende meisjes, maar ook een strandvogel die zich niets aantrekt van de rondsjouwende mensen.
 En…. ik kon het niet laten… Oliver, zoon van Harry, die aan het strand verluierd en aangekleed werd…
In feite heb ik van Kaapstad niets gezien dan het havengebied en de schitterende omgeving, maar behalve de bruiloft vond ik de week bij Kaapstad de mooiste ervaring in Zuid-Afrika.Nou nog even wat leuke foto’s zoeken. Tenslotte, lieve lezers, wil ik nog mijn excuses aanbieden voor een toch niet zo geweldige opmaak.Als ik in Nieuw Zeeland ben zullen Cristel en ik ons eens hierin verdiepen en wie weet hoe het volgende stukje er uitziet…..Â







